Heidebos

Een zo’n gevarieerd landschap als het Heidebos herbergt een mooi scala aan planten en dieren. Mooie planten gemeenschappen treffen we aan op de struikheide biotopen, met soorten als pijpenstrootje, liggende vleugeltjesbloem, hondsviooltje, pilzegge, tormentil enz. Ook vermeldenswaardig zijn de soorten behorende tot het dwerghaververbond zoals klein tasjeskruid, vogelpootje, mannetjesereprijs, veldereprijs of kleine leeuwenklauw.

Deze grote verscheidenheid aan planten weerspiegelt een grote diversiteit in zijn opruimers, de paddenstoelen. Het Heidebos blijkt één van de meest gevarieerde en rijke mycoflora te hebben van België, soorten als de kleine knoopzwam, het eikenbladfranjekelkje en het adelaarsvarenrijpkelkje zijn maar enkele in het oogspringende soorten.

Helemaal mooi wordt het wanneer we de insecten en spinachtigen onder de loupe nemen, want uit onderzoek blijkt dat het Heidebos zowat de meest karakteristieke heidefauna heeft van gans Oost-Vlaanderen. Insectengroepen die het hier uitstekend doen zijn mieren, nacht- en dagvlinders, sprinkhaansoorten en spinnen.

Maar de meest in het oogspringende soorten voor de bezoeker zijn de reptielen, zoogdieren en vogels, we zetten er hiervan enkele in de kijker:



Boompieper
De boompieper heeft in Vlaanderen eerder een beperkte verspreiding vnl. in de Antwerpse Kempen en Limburg. Het voorkomen van deze soort in het Heidebos bekleedt dan ook eerder een unieke plaats binnen de Oost-Vlaamse avifauna. De soort valt op met zijn typische parachute vlucht wanneer hij zijn liedje ten beste geeft. Al zingend vliegt hij uit de top van een boom op maakt een typische boogvlucht en valt dan als een parachute zingend terug in een boomtop. Onmiskenbaar!
 
Eekhoorn

In de vele dennen van het Heidebos wonen heel wat eekhoorns. Je kan onder de bomen afgeknaagde dennenappels vinden als bewijs van hun aanwezigheid. Met wat geluk zie je een eekhoorn van de ene boom naar de andere springen.

Langs de rode wandeling en de gele wandeling heb je het meest kans om dit diertje te zien.

foto Philippe Clément, copyright Wildeyes

 
Hondsviooltje
Hondsviooltje komt voor in gebieden met droog zand. Het bloeit in mei en juni. Door het creeren van meer open zandige plekken in het Heidebos, zie je het meer en meer.
 
Levendbarende hagedis

De levendbarende hagedis, is naast de hazelworm, een van de twee voorkomende inlandse reptielensoorten. Deze hagedis tref je voornamelijk aan op locaties met een structuurrijke heidevegetatie. Vaak liggen ze te zonnen op stukken dood hout, vooral jonge dieren laten zich vaak goed bekijken, als je maar geen onverhoedse bewegingen maakt en de dieren langzaam benadert.

 
Liggende vleugeltjesbloem
De Liggende vleugeltjesbloem komt voor in natte tot droge heide en blauwgraslanden. Ze bloeit van mei tot september.
 
Nachtzwaluw

De nachtzwaluw is het uithangbord van het Heidebos. In de jaren tachtig verdween de vogel uit het gebied. Het dichtgroeien van zijn favoriete biotoop, open plekken met verspreid staande bomen en struiken in bosachtige gebieden, was hiervoor de hoofdoorzaak.

Sinds 2002 broedt er weer één tot twee koppels in het Heidebos. Het beheer van het gebied is dan ook vooral gericht op het opnieuw creëren van een geschikt leefgebied voor de ‘geitenmelker’. Zien zal je de nachtzwaluw bijna nooit. Op zwoele zomeravonden bij het invallen van de duisternis kan je wel zijn montone ratel van ver horen.

 
Ree

Eind jaren negentig verschenen terug reeën in het Heidebos. Een koppeltje, wellicht elders uitgezet door jagers, verkoos hier te blijven. Ondertussen hebben ze reeds enkele jongen gehad zodat de vroege wandelaar meer dan eens een groepje van een vijftal reeën kan ontmoeten.

Af en toe krijgen ze bezoek van reeën die ten zuiden van het Heidebos een vaste verblijfplaats hebben.

 
Vogelpootje

Het vogelpootje is een vrij algemeen plantje op open plaatsen met een zandige en voedselarme bodem. Het bloeit van mei tot en met juli.

 
Wespendief
De keizer van het reservaat is de wespendief. Deze prooivogel, die heel erg op een buizerd lijkt, is gespecialiseerd in het opsporen en opgraven van wespennesten. Bij zonnig weer cirkelen bijna steeds enkele buizerden boven het Heidebos. De aandachtige wandelaar zal af en toe ook een wespendief ontdekken.