De dotterbloem

De gewone dotterbloem is een algemene plant in het moerasgebied van de Reepkens. Soms moeilijk te zien maar dat is meer te wijten aan het overheersende riet.

De gewone dotterbloem

Wetenschappelijke naam: Caltha palustris
Familie: Ranonkelfamilie, Ranunculaceae Beschrijving
Er zijn 2 ondersoorten: de Gewone dotterbloem (Caltha palustris subsp. palustris) en de Spindotterbloem (Caltha palustris subsp. araneosa).
Afmeting: 15 tot 50 cm.
Levensduur: Overblijvend.
Bloeimaanden: April t/m juni, soms ook in augustus en september.
Stengels: De holle, rechtopstaande stengels zijn naar boven vertakt of ze kruipen en wortelen dan op de knopen. De plant groeit in pollen. Bij de Gewone dotterbloem zijn de stengelknoppen onder de bloemen hol en niet verdikt. Ze wortelen niet. Bij de Spindotterbloem zijn de stengelknoppen onder de bloemen massief gevuld en verdikt. Ze wortelen wel. Als de plant in de herfst bovengronds afsterft laten de stengelknoppen los en kunnen zo nieuwe planten vormen.
Bladeren: De kale, tot 15 cm brede bladeren zijn hartvormig, getand en glanzig. De onderste bladeren hebben meestal met een lange steel, de bovenste zijn kleiner en vrijwel zonder steel.
Bloemen: De glanzend gele bloemen zijn 2 tot 5 cm groot. Aan de onderkant zijn ze vaak groenachtig. Er zijn 5 bloemdekbladen, zelden meer. Aan de voet zitten honingklieren.
Vruchten: Het vruchthoofdje bestaat uit 5 tot 8 (soms meer) peulvormige kokervruchtjes in een krans. De vruchten drijven op het water waardoor de versprijding kan gebeuren
Bodem: Gewone dotterbloem: Zonnige tot halfbeschaduwde plaatsen op natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, weinig of niet bemeste grond (leem, zand, zavel, lichte klei (geen zeeklei) en laagveen), vaak op kwelplekken en alleszins zoutmijdend.
Spindotterbloem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op natte, zeer voedselrijke grond.
Groeiplaatsen: Gewone dotterbloem: Waterkanten moerassen, rietland, slootkanten, langs sloten en kanalen, beschaduwde beekoevers, moerasbossen en bronbossen.
Spindotterbloem: In het zoetwatergetijdengebied in bij hoog water overstroomd rietland. Verspreiding
Wereld: Gewone dotterbloem: Gematigde en koude streken op het noordelijk halfrond.
Spindotterbloem: In het kustgebied van West-Europa. Belgiƫ: Gewone dotterbloem: Vrij algemeen, zeer zeldzaam in het kustgebied.
Spindotterbloem: Aan de Scheldemond.

Laatste aanpassing ( woensdag 25 maart 2009 11:44 )